Risicobeheer

Risicobeheer

Renterisicobeheer

Onder renterisicobeheer wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven en –inkomsten. Voor de beheersing van de renterisico’s geldt een aantal concrete richtlijnen.

  1. Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag waarvoor de gemeente maximaal kortlopende leningen mag afsluiten. Kortlopende leningen zijn leningen korter dan één jaar. Het maximum wordt volgens de Wet fido berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari. Voor 2017 bedroeg de kasgeldlimiet € 10.013.000.
Kort geld is momenteel goedkoper dan lang geld. Het is de gemeente echter niet toegestaan om in haar financieringsbehoefte te voldoen door het onbeperkt aantrekken van kort geld.

Kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2017

Kw. 1

Kw. 2

Kw. 3

Kw. 4

Totaal netto vlottende schuld

21.665

26.979

29.694

18.330

Toegestane kasgeldlimiet

10.013

10.013

10.013

10.013

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

-11.642

-16.966

-19.681

-8.317

Per kwartaal wordt gemeten of de gemeente binnen de kasgeldlimiet blijft. In 2017 was sprake van een overschrijding; dit is gedurende drie achtereenvolgende kwartalen toegestaan.
Indien de overschrijding langer duurt, dient de provinciale toezichthouder op de hoogte te worden gesteld, waarbij de oplossingsrichting aangegeven moet worden.

Gelet op de structurele karakter van de overschrijding van de kasgeldlimiet zijn op 4 oktober 2017 vaste financieringsmiddelen aangetrokken ter grootte van € 35 miljoen.

  1. Renterisiconorm

Om het risico van renteaanpassing en herfinanciering bij langlopende leningen te beperken is de renterisiconorm geïntroduceerd. Deze norm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari.
Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico in voldoende mate wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd verspreid zijn.

Renterisiconorm en renterisico vaste schulden

Begroting 2017

Jaarrekening 2017

Begrotingstotaal

117.800

117.800

Vastgesteld percentage

20%

20%

Renterisiconorm

23.560

23.560

Maximaal risico op vaste schuld

4.435

4.435

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

19.125

19.125

Met een maximaal risico van € 23.560.000, voor de herfinanciering van de vaste schuld, is de gemeente ruim onder deze norm gebleven. Er hebben geen renteherzieningen op de portefeuille met langlopende leningen plaatsgevonden.

Koersrisicobeheer

Vanwege het verplichte schatkistbankieren zijn er geen koersrisico’s in het kader van het treasurybeleid. Aandelen van nutsbedrijven zijn uit hoofde van de publieke taak aangetrokken en worden niet als risicovolle beleggingen beschouwd. Het betreft hier aandelen in de NV BNG Bank en Vitens.
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de instanties waarbij sprake is van een vorm van deelname in het kapitaal van de desbetreffende instelling.

Omschrijving

Rating

Boekwaarde per 31-12-2017

NV BNG Bank

AAA

92

Vitens

Geen rating

43

Totaal

135

Een rating is te beschouwen als een kwaliteitskeurmerk. Ratings worden uitgedrukt in een combinatie van letters. Een Triple A-rating is de hoogst mogelijke rating. Hoe hoger de rating, hoe lager het kredietrisico voor een belegger en vice versa.
De deelnemingen zijn tegen boekwaarde (= verkrijgingswaarde) verantwoord. Het tegen boekwaarde verantwoorden is in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Om qua treasury goed inzicht te geven in de waarde van de beleggingsportefeuille ligt het meer voor de hand om naast de boekwaarde ook de marktwaarde (=verkoopwaarde) te vermelden. Vanwege het feit dat het aandelen betreft van niet-beursgenoteerde ondernemingen die tevens beperkt verhandelbaar zijn, is dat niet mogelijk.

Intern liquiditeitsbeheer

Interne liquiditeitsrisico’s worden beperkt door de financieringsactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose. Om een goed inzicht te krijgen welke geldlening afgesloten moet worden en hoeveel moet worden geleend en met welke looptijd, moet de informatie-voorziening verder worden verbeterd.