Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar worden onderverdeeld in:

  • vorderingen op openbare lichamen
  • overige uitzettingen en
  • overige vorderingen.

Vorderingen op openbare lichamen

Stand per

Stand per

31-12-2016

31-12-2017

a1. Belastingdienst: BTW Compensatie Fonds

7.240.684

10.072.494

a2. Belastingdienst: fiscus

1.127.391

203.365

b. Ministeries

1.025.024

1.200.884

c. Provincies

802.280

325.258

d. Overige openbare lichamen (waterschappen en gemeenten)

585.248

5.759.656

Totaal

10.780.627

17.561.657

Btw-compensatiefonds
Van de vordering op de belastingdienst ultimo 2016 uit hoofde van BTW-compensatiefonds ad. € 7.240.684 is in juni 2017 € 7.110.315 ontvangen. Het verschil betreft een suppletie uit 2015 die nog afgehandeld dient te worden.
Ultimo boekjaar 2017 is er een vordering op de Belastingdienst uit hoofde van BCF van € 10.072.494 (inclusief suppleties).

Schatkistbankieren

Uitzettingen rijks schatkist korter dan één jaar

Stand per

Stand per

31-12-2016

31-12-2017

Uitzetting in schatkist met looptijd < 1 jaar

14.104.978

0

Totaal

14.104.978

-

De Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten eventuele overschotten in liquide middelen, die uitkomen boven een grensbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal, te storten op een speciale bankrekening die de gemeente aanhoudt bij het Ministerie van Financiën. Het storten gebeurt dagelijks via het afromen van het saldo van de BNG bankrekening.
Onderstaand overzicht laat zien dat in één kwartaal het drempelbedrag is overschreden. Dit heeft te maken met de hoogte van het bedrag dat dagelijks wordt afgeroomd. Dit is voor de gemeente Tiel te hoog vastgesteld. Dit bedrag is in 2018 aangepast, waardoor de verwachting is dat in 2018 de gemeente aan de verplichting voldoet zoals genoemd in de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden.
N.B.: in onderstaand overzicht zijn de rekeningen van de Agnietenhof en de Plantage niet meegenomen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)

Verslagjaar

(1)

Drempelbedrag

883,5

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

307

1.008

389

126

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

576

-

495

757

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

124

-

-

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

117.800

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

117.800

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

-

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000

Drempelbedrag

883,5

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

27.634

91.690

35.746

11.617

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

307

1.008

389

126

Het drempelbedrag dat gemiddeld over een kwartaal buiten 's Rijks schatkist mag worden gehouden bedraagt € 883.500. Dit drempelbedrag is in het 2e kwartaal 2017 overschreden.

Overige uitzettingen

Stand per

Stand per

31-12-2016

31-12-2017

Waarborgsommen

4.000

4.000

Totaal

4.000

4.000

Overige vorderingen

Stand per

Stand per

31-12-2016

31-12-2017

a. Debiteuren

7.121.659

11.739.748

af: voorziening dubieuze debiteuren algemeen

-955.953

-896.961

b. Debiteuren bijstand

6.785.953

6.641.822

af: voorziening dubieuze debiteuren

-6.107.358

-4.050.780

c. Nog te ontvangen bedragen / rechten

5.471.408

1.254.061

Totaal

12.315.709

14.687.890

a. Debiteuren
De post debiteuren kan als volgt worden gespecificeerd:

a1

Debiteuren algemeen

10.400.534

a2

Debiteuren gemeentelijke heffingen

1.339.214

a3

Voorziening dubieuze debiteuren

-896.961

Subtotaal debiteuren

10.842.787

a1. Debiteuren algemeen
Van het totale saldo van de debiteuren algemeen moet per juli 2018 nog een bedrag van € 8.457.000 worden ontvangen. Hierin zijn begrepen de nog niet betaalde aanslagen precariobelasting op elektriciteitsleidingen over 2014 t/m 2017 ad. € 7.798.000.

a2.Debiteuren gemeentelijke heffingen
De specificatie van de openstaande bedrag per belastingjaar is:

Jaar

Openstaand per 31-12-2017

Openstaand per 24-05-2018

2011

-103

0

2012

10.017

8.690

2013

21.332

17.643

2014

42.993

30.080

2015

195.338

65.646

2016

351.233

384.589

2017

718.404

403.413

Totaal

1.339.214

910.061

b. Debiteuren bijstand
Openstaand Openstaand

31-12-2017

31-12-2016

Vorderingen bijstandsdebiteuren

5.858.167

6.169.570

Vorderingen bijzondere bijstand

783.655

616.383

Totaal bijstandsdebiteuren

6.641.822

6.785.953

Voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren

- 4.050.780

- 6.107.358

Saldo

2.591.041

678.595

Het risico van de vordering bijstandsdebiteuren ligt bij de gemeente Tiel, maar het beheer is overgedragen aan deGemeenschappelijke regeling Werkzaak Rivierenland. In de jaarrekening 2017 van Werkzaak Rivierenland is deze vordering opgenomen als Rekening Courant positie en opzichte van de gemeente Tiel. Van de vordering bijstandsdebiteuren (€ 5.858.167) schatten zij € 3.345.942 dubieus.

Vanaf de jaarrekening 2018 zullen wij de vordering bijstandsdebiteuren als rekening courant positie met Werkzaak presenteren onder vorderingen op openbare lichamen. Volgens de regelgeving is het voldoende om enkel de gesaldeerde Rekening Courant positie te presenteren. Om te zorgen dat de lezer toch een volledig beeld krijgt, zonder de jaarrekening van Werkzaak er op na te hoeven slaan, zullen we de vordering ook dan gespecificeerd opnemen.

c. Nog te ontvangen bedragen
Onder deze post zijn o.a. opgenomen: te verhalen kosten onregelmatigheden reïntegratie € 650.349, afrekening AVRI inzake zwerfafval € 161.000 en te verrekenen bedragen met zorginstellingen inzake Jeugd en WMO € 426.625.