Waarderingsgrondslagen

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Vanaf boekjaar 2004 geldt voor het opstellen van de jaarrekening de verslaggevingseisen zoals deze zijn opgenomen in het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)'.

Wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

Waardering activa:

1 Vaste Activa

1.1 Immateriële vaste activa

Algemeen

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerd bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij dient de verkregen bijdrage als bate te worden verantwoord.

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio

Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de restant looptijd van de betrokken geldlening.

Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief

De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief.

Bijdrage aan activa in eigendom van derden

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage, verminderd met de afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

In de raadsvergadering van 5 november 2008 is de nota 'Waarderings- en afschrijvingsbeleid 2008 gemeente Tiel' vastgesteld. Hierin is opgenomen dat immateriële activa niet geactiveerd wordt, maar dat deze ineens ten laste van de exploitatie wordt gebracht. De nota is in 2013 geactualiseerd.

1.2 Materiële vaste activa

Het BBV maakt onderscheid tussen:
- investeringen met een economisch nut
- investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
- investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen met een economisch nut
Deze investeringen zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Ze worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingsprijs), verminderd met eventuele bijdragen (subsidies) van derden (= bruto methode).

Over de investeringen wordt, rekening houdend met de verwachte economische gebruiksduur, volgens de lineaire methode afgeschreven, tenzij er tegenover de jaarlijkse kapitaallasten jaarlijks gelijkblijvende inkomsten staan ter dekking van de kapitaallasten; dan wordt op basis van gelijkblijvende annuïteit afgeschreven. Met afschrijven wordt begonnen in het eerste dienstjaar na ingebruikname van de investering. Vanaf dat moment vindt ook doorbelasting van de rente naar de exploitatie plaats. Aan investeringen met een economisch nut die groter zijn dan € 500.000 wordt rente toegerekend. De rente wordt achteraf toegerekend over de gemiddelde boekwaarde van dat jaar. Het renteomslagpercentage van het desbetreffende jaar wordt hierbij gehanteerd. Voor de afschrijvingstermijnen zie tabel op de volgende bladzijde.
Aan investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven die groter zijn dan € 500.000 wordt geen rente toegerekend. In het vastgestelde GRP wordt geen rente toegerekend aan deze projecten.

De voorziening woonwagens is een correctie op de boekwaarden woonruimten omdat deze te hoog zijn gewaardeerd op de balans.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Deze investeringen zijn niet verhandelbaar en kunnen niet rendabel gemaakt worden. Voorbeelden hiervan zijn wegen, bruggen en openbaar groen. Deze investeringen worden, voor zover ze niet gedekt worden uit bijdragen van derden of reserves, geactiveerd tegen de historische kostprijs. Tot 1 januari 2017 gold een maximale afschrijvingstermijn van 15 jaar en was het toegestaan versneld af te schrijven.

Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 of later gereed komen, geactiveerd worden. Zij worden afgeschreven conform hun verwachte toekomstige gebruiksduur.

Wijze van afschrijving
De afschrijving is in principe lineair. Met afschrijven wordt begonnen het eerste dienstjaar na ingebruikname van de investering.
Afschrijvingstermijnen
Deze zijn als volgt te rubriceren:
periode van afschrijving
(in jaren)
Materiële vaste activa
Erfpachtsgronden 0
Gronden en terreinen 0
Bedrijfsgebouwen en woonruimten 40-50
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken economisch nut 5-60
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding
van de kosten een heffing kan worden geheven’ 1-60
Vervoermiddelen 6-10
Machines, apparaten en installaties 5-25
Overige materiële vaste activa 3-30

Op 29 november 2017 is de 'Financiële verordening gemeente Tiel' door de raad vastgesteld. In deze verordening is een bijlage afschrijvingsbeleid opgenomen, die van toepassing is vanaf het boekjaar 2018.

1.3 Financiële vaste activa

De deelnemingen zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs/nominale waarde.

De verstrekte geldleningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde (verstrekte waarde verminderd met de aflossingen).

2 Vlottende activa

2.1 Voorraden

De in exploitatie genomen gronden worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, vermeerderd met bijgeschreven exploitatiekosten en verminderd met (eventuele) opbrengsten wegens grondverkopen en bijdragen.

Bij de waardering van de voorraad bouwgronden in exploitatie is rekening gehouden met te verwachten verliezen op complexen middels een verliesvoorziening. Deze is in mindering gebracht op de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie. De verliesvoorziening voor de grondexploitatie is bepaald op basis van netto contante waarde.

Voor een ander gedeelte dat niet onder de verliesvoorziening valt, zijn andere dekkingen aanwezig (WOZ-waarden van panden).
De magazijnvoorraden worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs/aanschafwaarde.

2.2 Vorderingen/vlottende schulden

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor dubieuze debiteuren.

De vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

3 Vaste passiva

3.1 Reserves

Het BBV kent een scherp onderscheid tussen reserves en voorzieningen. De raad kan aan een bepaalde reserve een bestemming geven. Binnen de reserves kan het volgende onderscheid gemaakt worden:

- algemene weerstandsreserve
- overige bestemmingsreserves.

Er wordt geen rente toegevoegd aan reserves tenzij de reserve dient ter dekking van kapitaallasten. Het rentepercentage dat in dit geval wordt gehanteerd om de rente toe te voegen betreft het percentage dat wordt gebruikt voor de berekening van kapitaallasten van het actief.

3.2 Voorzieningen

Bij voorzieningen gaat het om (on)zekere verplichtingen die in de toekomst een schuld (kunnen) worden. Daarnaast kan een voorziening gevormd worden voor gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Daarnaast worden de van derden (niet zijnde Europese en Nederlandse overheids-lichamen) verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden (geoormerkte gelden) onder de voorzieningen opgenomen.
De commissie BBV heeft in november 2014 een geactualiseerde notitie riolering gepubliceerd met daarin een aantal stellige uitspraken ten aanzien van de verslaglegging.

De voorzieningen worden tegen nominale waarde gewaardeerd en er wordt geen rente aan toegevoegd. De voorzieningen dubieuze debiteuren, verliesvoorziening grondexploitatie en voorziening woonwagens zijn direct in mindering gebracht op de betreffende activaposten, omdat dit een correctie op de waarde van de vlottende activa is.

Vaste schulden
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten balanstelling het totaalbedrag van de gewaarborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

Grondslagen resultaatbepaling
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.